![]() |
FIPInleidingHet enten, of eigenlijk beter gezegd vaccineren, van katten is een regelmatig terugkerende gebeurtenis die voor de kat van groot belang is. Dit komt omdat katten in vergelijking tot mensen minder hygiënisch zijn in de omgang met hun omgeving. Ook hebben katten vaker contacten met ander (verwilderde) katten. Hierdoor hebben ze een veel grotere besmettingskans! FIP: de ziekteFIP (Feline Infectieuze Peritonitis) is een door coronavirussen overgebrachte ziekte. Infectie treedt op via mond of neus, direct van kat tot kat of via verontreinigde oppervlakken. Hoewel het virus in de omgeving enkele weken kan overleven, wordt het goed geïnactiveerd door de meeste huishoudelijke schoonmaakmiddelen. VerschijnselenKatten die met FIP besmet zijn vertonen in eerste instantie vaak wat wisselende klachten: Koorts, sloomheid en vermageren worden vaak genoemd. In ¾ van de gevallen krijgen de katten een dikke buik die met dradentrekkend vocht gevuld is. In de rest van de gevallen is het nog moeilijker om de ziekte vast te stellen. Wat soms wel opvalt zijn hersenverschijnselen. DiagnoseDe diagnose wordt met zekerheid gesteld door histopathologisch onderzoek. Hierbij wordt van aangetaste organen een microscopische coupe gemaakt. Hierin zijn, na kleuring, specifieke bevindingen voor FIP aantoonbaar. Testen die specifiek (delen van) FIP verwekkend virus aantonen zijn nog niet regulier in gebruik. Wel zijn er veelbelovende ontwikkelingen op dit gebied (immunoperoxidase test bijv.). PreventieKatten die FIP hebben kunnen andere katten waarschijnlijk niet direkt besmetten. Een nieuw ziektegeval ontstaat door besmetting met een goedaardig coronavirus, dat dan weer kan veranderen in het kwaadaardige FIP-virus. Men kan de ziekte alleen voorkomen door kittens te spenen voordat de maternale immuniteit (afweer die ze van de moeder meekrijgen) is afgelopen. Dat wil zeggen dat de kittens op een leeftijd van 5 weken gespeend moeten worden en dan geheel geisoleerd moeten worden grootgebracht.
|